Elke winter opnieuw lijkt het alsof ons land collectief de pauzeknop indrukt bij de eerste sneeuwvlok. Een dun laagje wit op het asfalt volstaat om economische activiteit af te remmen, vergaderingen te schrappen en werkplaatsen leeg te laten. Alsof België plots in winterslaap gaat. De voorbije winterprik was daarop geen uitzondering. Integendeel: ze bevestigde nog maar eens een hardnekkig probleem in onze arbeids- en mentaliteitscultuur.

Laat ons eerlijk zijn: sneeuw in Vlaanderen is geen uitzonderlijk natuurfenomeen. We wonen niet in Zuid-Spanje. En toch gedragen we ons bij winterweer alsof het om een natuurramp gaat. Treinen rijden trager, files groeien sneller en plots ‘geraakt men niet op het werk’. Of men wil er niet geraken. Want dat onderscheid wordt steeds vager.

Collectieve adempauze

Tijdens de laatste winterprik zagen we het opnieuw. Bedrijven draaiden op halve kracht, scholen schakelden over op afstandsonderwijs en kantoren bleven leeg. Niet omdat het objectief onmogelijk was om zich te verplaatsen, maar omdat men het risico liever niet nam. Of omdat men het zich kan permitteren om het werk even te laten liggen. Dat is een luxe die onze economie zich steeds minder kan veroorloven.

Thuiswerk heeft zonder twijfel zijn plaats verworven. N-VA heeft nooit gepleit tegen flexibiliteit op de arbeidsmarkt, integendeel. Maar flexibiliteit mag geen synoniem worden van vrijblijvendheid. Wanneer sneeuwweer automatisch leidt tot massaal thuisblijven – of erger: niet werken – dan moeten we ons afvragen waar de grens ligt tussen verantwoord omgaan met omstandigheden en het zoeken naar een excuus.

Wat we vandaag meemaken, lijkt soms op een informele extra feestdag. Een ‘sneeuwfeestdag’, zogezegd ingegeven door veiligheidsoverwegingen, maar in de praktijk vaak een collectieve adempauze. Dat is misschien menselijk, maar het is geen ernstig beleid en geen houdbare houding. Zeker niet in een regio die economisch wil blijven meedraaien aan de top van Europa.

Berusten in immobilisme

Onze buurlanden tonen dat het anders kan. In Scandinavië, waar sneeuw geen uitzondering maar een constante is, blijft het openbare leven functioneren. Men investeert in infrastructuur, in winteronderhoud en in een mentaliteit van verantwoordelijkheid. Men past zich aan in plaats van stil te vallen. De vraag is niet of Vlaanderen exact dat model moet kopiëren, maar wel waarom wij zo snel berusten in immobilisme.

De economische impact van dergelijke winterstilstand wordt vaak onderschat. Elke dag van verminderde productiviteit kost geld: voor bedrijven, voor zelfstandigen en uiteindelijk voor de overheid. Wie denkt dat thuiswerk altijd een volwaardig alternatief is, vergeet dat heel wat sectoren — van logistiek tot industrie, van zorg tot bouw — niet digitaal kunnen functioneren. Wanneer anderen dan ook afhaken ‘omdat het toch rustig is’, ontstaat een domino-effect.

Daarbij komt nog een cultureel element dat we niet mogen negeren. Werkethiek draait niet alleen om uren kloppen, maar ook om inzet en verantwoordelijkheid. Het signaal dat we vandaag geven, is dat comfort vaak primeert op engagement. Dat is geen conservatieve klaagzang, wel een nuchtere vaststelling. Een samenleving die bij de minste weerstand stilvalt, verliest veerkracht.

Investeren

Dat betekent niet dat we veiligheid moeten minimaliseren. Niemand pleit ervoor om risico’s te nemen of mensen te dwingen bij gevaarlijke omstandigheden de baan op te gaan. Maar laten we het debat wel eerlijk voeren. Een lichte winterprik is geen algemene vrijgeleide om collectief af te haken. Werkgevers en werknemers dragen hierin samen verantwoordelijkheid.

Als Vlaams parlementslid pleit ik daarom voor meer realisme en meer weerbaarheid. Investeren in winterbestendige infrastructuur, duidelijke richtlijnen rond thuiswerk bij extreme weersomstandigheden en vooral: een mentaliteit waarin werken de norm blijft, ook wanneer het wat ongemakkelijk wordt. Vlaanderen is groot geworden door doeners, niet door afhakers.

Misschien moeten we inderdaad ophouden met te spreken over winterweer als een probleem en het benoemen zoals het soms aanvoelt: een onofficiële sneeuwfeestdag. Maar dan wel één die ons confronteert met een fundamentele vraag: willen we een economie die blijft draaien of nemen we genoegen met stilstand bij elke sneeuwvlok?